HET VERHAAL VAN SOLOMON BOATENG OVER DE HULPVERLENING IN NSOATRE

Een moeilijke en beproefde start (2)

10.1

In minder dan een jaar tijd begon ik problemen te ondervinden die moeilijk en hectisch waren om op te lossen. In die periode van minder dan een jaar tijd waren er 315 kinderen ondergebracht in het houten bouwwerk, en omdat het aantal zo drastisch toegenomen was, waren er niet genoeg borden, kopjes en lepels met als gevolg dat 5 kinderen van een bord en kop moesten eten, in groepjes. We hadden meer voedsel nodig om de kinderen te kunnen voeden, meer matjes om de kinderen op te kunnen laten slapen ’s middags. De werkdruk voor de staf was te veel om te dragen en daarom dachten we erover om op te geven. Mijn inkomen was niet voldoende voor alle problemen. Het continue nadenken over de situatie schrikte mij af en bezorgde mij slapeloze nachten. Naast alle problemen hield ik mijn geloofsvlam brandend op basis van Efeze 3:20 (Hem nu, Die machtig is meer dan overvloediglijk te doen, boven al wat wij bidden of denken, naar de kracht , die in ons werkt). Ik bleef daarop pleiten bij de staf en moedigde hen aan om te blijven werken en niet op te geven omwille van de kinderen en dat er vast een tussenkomst zou komen.

10.2Naast de bovengenoemde, hectische problemen die ik ondervond gecombineerd met slapeloze nachten en denken, had ik thuis een probleem omdat mijn vader een haat tegen mij ontwikkelde. Hij wilde mij niet zien omdat hij veel van zijn geld aan mijn onderwijs spendeerde en hij wilde dat ik mijn geld besteedde aan een huis of andere dingen waarvan mijn familie voordeel had en niet aan andermans arme kinderen.

Mijn moeder en vier van mijn broers en zussen steunde mij, dus ik kreeg wat hoop en ruggensteun. Maar mijn vader wilde onder geen beding naar mijn uitleg luisteren, of naar die van mijn moeder of broers of zussen. Hij was zo boos, dat hij geen geld meer wilde spenderen aan onderwijs van mijn jongere broers en zussen, weigerde eten te nuttigen dat door mijn moeder was klaargemaakt, weigerde in een kamer te slapen met mijn moeder, ervan door ging met een andere vrouw en mijn moeder verstootte. De situatie ging zo ver dat mijn vader mij wilde slaan, maar ik was snel genoeg om te ontsnappen, maar tweemaal heeft hij mijn moeder geslagen, omdat zij mij steunde. Ik was heel verdrietig en voelde mij heel schuldig omdat ik thuis zo’n chaos had veroorzaakt, ook binnen mijn familie. Ik huilde het grootste gedeelte van de tijd en betreurde dat ik het project had gestart en het scheelde niet veel of ik had opgegeven. Om de problemen die ik in mijn familie had veroorzaakt, voelde ik mij niet meer op mijn gemak thuis, dus ging ik weg en sliep in het houten bouwwerk voor de kinderen.

Mijn moeder broers en zussen waren verdrietig omdat ik mij thuis niet meer liet zien. Zij kwamen later naar mij toe in het houten bouwwerk en vertelden mij dat ik mij niet zo’n zorgen hoefde te maken over mijn vaders gedrag. Ik was enigszins opgelucht en bemoedigd, maar durfde nog niet naar huis. Mijn vader bleef mijn moeder haten en telkens wanneer hij mijn moeder zag, wilde hij haar slaan. Dus moest mijn broer haar beschermen en zei tegen mijn vader: ‘genoeg is genoeg en te veel’, en zei hem hier onmiddellijk mee te stoppen.

10.3Ik richtte mij op de kinderen, biddend en hopend op een oplossing, nadat mijn moeder, broers en zussen met mij gepraat hadden. Mensen zagen het goede werk en waardeerde dat, de situatie met de auto-ongelukken en allerlei ziekten waarmee de kinderen geïnfecteerd raakten was afgenomen tot het minimale. Zij gaven voedsel en spullen van hun boerderijen om het voeden van de kinderen te steunen.